Artikelen -> Waarom trek ik me terug als iemand dichtbij komt?

Inhoudsopgave

Waarom trek ik me terug als iemand dichtbij komt?

Je verlangt naar liefde, verbinding en intimiteit. Naar iemand bij wie je helemaal jezelf kunt zijn. Maar zodra iemand écht dichtbij komt, gebeurt er iets.

Je krijgt twijfels. Je voelt minder. Je hebt ineens behoefte aan ruimte. Kleine dingen aan de ander beginnen je te irriteren. Misschien vraag je jezelf zelfs af of deze relatie wel bij je past.

En dus neem je afstand.

Totdat de ander zich terugtrekt. Dan kan het verlangen ineens weer terugkomen.

Herkenbaar? Dan is het interessant om niet alleen te kijken naar wie je tegenover je hebt, maar ook naar wat nabijheid bij jou in beweging brengt.

Waarom kan emotionele nabijheid spannend zijn?

We denken vaak dat verbinding vanzelf prettig zou moeten voelen. Zeker wanneer we van iemand houden.

Maar dichtbij iemand zijn betekent ook dat je zichtbaar wordt. Je kunt afgewezen, verlaten, teleurgesteld of gekwetst worden. Juist wanneer iemand belangrijk voor je wordt, staat er emotioneel meer op het spel.

Je verlangen naar verbinding kan daardoor tegelijkertijd een verlangen én een bron van spanning zijn.

Je hoofd kan zeggen:

Ik wil een liefdevolle relatie.

Terwijl iets anders in jou reageert met:

Pas op. Niet te dichtbij.

Dat kan verwarrend zijn, omdat je reactie niet altijd overeenkomt met wat je bewust wilt.

Je huidige relatie kan oude patronen activeren

We leren al vroeg wat we van relaties kunnen verwachten.

Was er ruimte voor jouw emoties? Kon je troost zoeken wanneer je bang of verdrietig was? Werd er thuis over conflicten gesproken? Was liefde voorspelbaar? Mocht je afhankelijk zijn én zelfstandig worden?

De antwoorden op dit soort vragen kunnen invloed hebben op hoe je later verbinding aangaat.

Misschien heb je bijvoorbeeld geleerd dat je vooral op jezelf moet vertrouwen. Dat emoties lastig zijn. Dat conflicten gevaarlijk zijn. Of dat je jezelf moet aanpassen om de relatie met de ander goed te houden.

Wat ooit een slimme manier was om jezelf te beschermen, kan later in een volwassen relatie in de weg gaan zitten.

Afstand nemen is niet altijd hetzelfde als geen liefde voelen

Wanneer spanning oploopt, kunnen we automatisch manieren zoeken om onszelf te beschermen.

De één gaat harder praten, vragen stellen of bevestiging zoeken. Een ander trekt zich juist terug, wordt stil of probeert minder te voelen.

Afstand nemen kan verschillende vormen aannemen:

  • je stort je op je werk of hobby’s;
  • je vermijdt moeilijke gesprekken;
  • je voelt plotseling vooral irritatie;
  • je hebt steeds meer behoefte om alleen te zijn;
  • je gaat twijfelen aan je gevoelens;
  • je richt je vooral op de tekortkomingen van je partner;
  • je maakt jezelf emotioneel minder bereikbaar.

Daarmee is niet gezegd dat twijfel over een relatie nooit terecht is. Soms past een relatie daadwerkelijk niet meer.

Maar wanneer hetzelfde patroon in verschillende relaties terugkomt, is het waardevol om nieuwsgierig te worden.

Wat gebeurt er met mij wanneer iemand werkelijk dichtbij komt?

Wat gebeurt er in je lichaam?

Relatiepatronen bestaan niet alleen uit gedachten.

Misschien merk je tijdens een moeilijk gesprek dat je hart sneller gaat kloppen. Je ademhaling verandert. Je voelt spanning in je buik of borst. Je wilt weg uit het gesprek of merkt juist dat je helemaal niets meer voelt.

Je lichaam reageert soms al voordat je bewust begrijpt wat er gebeurt.

Daarom kan het helpen om tijdens relationele spanning niet uitsluitend bezig te zijn met de vraag wie er gelijk heeft.

Probeer eens op te merken:

Wat voel ik in mijn lichaam?

Welke emotie zit hieronder?

Waar ben ik op dit moment bang voor?

Wat heb ik eigenlijk nodig?

En durf ik dat aan de ander te laten zien?

De dans van aantrekken en afstoten

Een bekend patroon binnen relaties ontstaat wanneer de ene partner meer verbinding zoekt zodra er spanning ontstaat, terwijl de andere partner juist meer afstand nodig heeft.

Hoe harder de één toenadering zoekt, hoe meer de ander zich terugtrekt.

En hoe verder de ander zich terugtrekt, hoe harder de eerste probeert contact te herstellen.

Zo ontstaat een dans waarin beide partners uiteindelijk precies datgene ervaren waar ze bang voor zijn.

De één denkt:

Zie je wel, ik word alleen gelaten.

De ander:

Zie je wel, ik krijg geen ruimte.

Het probleem is dan niet alleen wat er tijdens die ene ruzie wordt gezegd. Het patroon tussen jullie is minstens zo belangrijk.

Van reageren naar herkennen

Een belangrijke stap is leren herkennen wat er gebeurt vóórdat je volledig in je automatische reactie terechtkomt.

Stel dat je partner zegt:

“Ik heb het gevoel dat je er niet voor me bent.”

Misschien hoor jij daarin onmiddellijk kritiek. Je voelt spanning en reageert:

“Het is ook nooit genoeg voor jou.”

Maar onder die reactie kan iets heel anders zitten.

Misschien voel je je tekortschieten. Misschien ben je bang dat je het nooit goed kunt doen. Misschien verwacht je afwijzing en neem je daarom zelf alvast afstand.

Wanneer je dat kunt herkennen, ontstaat er ruimte voor een andere reactie.

Bijvoorbeeld:

“Ik merk dat ik me wil verdedigen. Volgens mij raakt wat je zegt aan mijn angst dat ik tekortschiet. Ik wil proberen bij je te blijven en te horen wat je nodig hebt.”

Dat vraagt kwetsbaarheid.

En juist die kwetsbaarheid kan werkelijk contact mogelijk maken.

Verbinding betekent niet dat je altijd dichtbij moet zijn

Een gezonde relatie betekent niet dat partners voortdurend alles samen doen of altijd emotioneel beschikbaar zijn.

Autonomie hoort óók bij verbinding.

Je mag tijd voor jezelf nodig hebben. Je mag grenzen aangeven. Je mag een andere mening hebben. Je hoeft jezelf niet kwijt te raken om dichtbij een ander te kunnen zijn.

De vraag is daarom niet:

Hoe zorg ik ervoor dat ik nooit meer afstand nodig heb?

Een interessantere vraag is:

Kan ik afstand nemen zonder de verbinding te verbreken?

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Dit gesprek raakt me en ik merk dat ik even tijd nodig heb. Ik wil er vanavond graag op terugkomen.”

Dan creëer je ruimte voor jezelf, terwijl je de relatie niet verlaat.

Kun je leren om nabijheid beter te verdragen?

Ja. Relatievaardigheid is niet alleen iets wat je hebt of niet hebt.

Je kunt leren om jezelf beter waar te nemen wanneer je wordt geraakt. Je kunt onderzoeken welke oude overtuigingen en beschermingsmechanismen een rol spelen. Je kunt leren emoties te verdragen zonder onmiddellijk te vluchten, vechten of jezelf af te sluiten.

Dat betekent niet dat ongemak helemaal verdwijnt.

Het betekent dat je meer keuze krijgt in hoe je ermee omgaat.

In plaats van automatisch afstand te nemen, kun je leren aanwezig te blijven bij jezelf én bij de ander.

Begin met nieuwsgierigheid naar jezelf

Wanneer je merkt dat je opnieuw afstand wilt nemen, hoef je jezelf niet onmiddellijk te dwingen om dichterbij te komen.

Word eerst nieuwsgierig.

Wat probeer ik op dit moment te beschermen?

Misschien zit onder je afstandelijkheid verdriet. Angst. Schaamte. Een behoefte aan autonomie. Of het verlangen om gezien te worden zonder jezelf daarvoor te hoeven aanpassen.

Door dat deel van jezelf beter te leren kennen, ontstaat er ruimte.

Niet om nooit meer geraakt te worden, maar om anders te kunnen reageren wanneer dat gebeurt.

Werken aan je relatie met jezelf en de ander

Blijf je terechtkomen in patronen van aantrekken en afstoten? Vind je het moeilijk om iemand dichtbij te laten komen? Of lopen jij en je partner telkens vast in dezelfde dynamiek?

Dan kan het waardevol zijn om samen te onderzoeken wat er onder dat patroon gebeurt.

In individuele therapie kun je werken aan de relatie met jezelf en onderzoeken wat jou belemmert in verbinding met anderen. In relatietherapie kun je samen zichtbaar maken welke dynamiek tussen jullie ontstaat en welke relatievaardigheden nodig zijn om meer veiligheid, vertrouwen, autonomie en intimiteit te ontwikkelen.

Want verbinding vraagt niet dat je jezelf verliest.

Het vraagt dat je steeds beter leert om jezelf te blijven terwijl je in contact bent met de ander.

Terug naar alle artikelen